terug naar de startpagina (klik)
terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)
Vernissage van "één tentoonstelling in twee zalen" op 18/03/2011toespraken |
|
Voorstelling van de premieplaat Alles wat hier hangt mag gezien worden, mag je
niet over het hoofd zien. We hebben het ook niet te hoog gehangen.
Je moet ook de premieplaat zien die we onze ereleden, in ruil voor
hun bijdrage, schenken. Ze hangt daar, mooi ingelijst. Ik toon
de naakte plaat. Zo geven we ze in een luchtbellenomslag aan de
ereleden. De plaat is niet groot, ze is daar groots ingelijst, ze is
daar groots genoeg voor. Het is de ets “circle
of live”, levenscyclus, ets van François Peeters. Wie is François?
Een lid van ons grafisch kabinet sinds 1997. Een man met ervaring en
opleiding, hij wordt dit jaar 60 en hij studeerde grafiek aan de
academie van Kontich. Hij deed
niet aan alle tentoonstellingen van de Pelicaen
mee, maar aan voldoende opdat Marie-Louise
Sleeckx, de voorzitter van ons grafisch kabinet, hem zeer
goed zou vinden. Zij overtuigde mij om die François onder druk te
zetten om de premieplaat 2011 te drukken. Geslaagde operatie: hij
drukte reeds na een beleefde vraag om te drukken. Nu wil ik het eerder over de ets zelf hebben.
Het is een lijnenets. Eventueel kan je ook vlakken etsen. Bij het
klassiek etsen wordt voor een vlak de etsplaat bedekt met een
poreuze zuurvaste stof. Het zuur om de tekening in de plaat in te
bijten, dringt ook door de poriën, maakt putjes dicht naast elkaar
in de plaat. Bij het in inkten, na het verwijderen van de poreuze
massa, nemen die putjes inkt op en worden zo als puntjes dichtbij
elkaar afgedrukt, een vlak puntjes. Je kunt niet blijven buiten staan, © Hugo Van Vlaslaer |
|
Inleiding van de tentoonstelling Mijn tweede speech. 2011 is uitgeroepen tot het
internationaal jaar van de chemie. Schilders mogen mee roepen want
de chemie zorgt voor goede verf in tuben. Verf gebruikt voor onze
derde « één tentoonstelling in twee zalen ». We
presenteren hier en beneden weer enkele rijen schilderijen en
ook nog beeldhouwwerk. We gebruiken zoveel mogelijk de twee zalen
van de bib. Dat kan wegens de goede wil. We zitten hier dichtbij de
kapel, de kerk van O.L.Vrouw van Goede
Wil en niet ver van het gemeentehuis met goede wil, want het
gemeentebestuur heeft in deze zaal, op onze vraag, voor een betere
verlichting van de muren gezorgd. Zodat wij optimaal, bijna optimaal:
er zijn nog een paar donkere muurstukken, in deze zaal kunnen
hangen. Onze finissage van vorige twee gelijktijdige tentoonstellingen, het literair uur met muzikaal intermezzo op tweede kerstdag, was een podiumactiviteit, denk ik, met samenwerking van literatuur en muziek . Optreden van: totaal 8 personen, minder dan 10. Gemeentelijke waarde: 50 € subsidie, + 50 € voor de samenwerking. Neen, neen, want de gedichten en verhalen en de muziek zijn van kunstkringen de Pelicaen, officieel werkt één kring, samen ontbreekt. Zullen wij aan de verleiding kunnen weerstaan om onze soort confederatie van drie praktisch onafhankelijke kringen met respectievelijk beeldende kunst, literatuur en muziek op te heffen om de drie kringen afzonderlijk aan te melden bij de cultuurraad? Een papieren splitsing volstaat. Kunnen ze officieel erkend samenwerken. To be kringen together or to be kringen apart, that is the question. De vraag is gesteld, maar we beantwoorden ze niet graag. We kunnen desnoods zo subsidies melken
bij een literair evenement door vb. het koor Sanseveria te vragen
voor een muzikaal intermezzo: stijging van het aantal
uitvoerders, belangrijk, tot meer dan 20, subsidie 200 € + 50 voor
samenwerking. Als we broederlijk delen met het koor houden we
nog 125 € over. Maar die politiek zou niet fair zijn tegenover
Peli-Musica. Een tentoonstelling
zelf, 5 dagen open, krijgt in de toekomst 25 punten, dat is ongeveer
50 €. Wij krijgen punten. De podiumkunsten krijgen rechtstreeks
euro. Uiteindelijk ontvangen wij ook geld en ons etsatelier huist
gratis in een lokaal van de Locht. Wij
zijn eigenlijk tevreden. Maar het subsidieschip van de
cultuurschepen lost voortaan meer geld bij de podiumkunsten. Onze
tentoonstelling kan jaloers worden. Zolang ze niet stikt van
jaloezie… mag niet en dan blijft een tentoonstelling van de
Pelicaen gezond door de bijdragen van
onze leden en ereleden. Ik trapte in een woordspelval. Ik vond de
combinatie schip, schepen leuk. Het nieuwe reglement is niet
opgesteld door de schepen, wel door een werkgroep van de cultuurraad.
Daarna goedgekeurd. Ik heb nu al veel gezegd, maar niet te veel,
hoop ik. Ik moet nog een hoop zeggen, de tentoongestelde werken in
een gunstig daglicht stellen. Gunstig daglicht stellen. Maar hier
is het kunstlicht. Daglicht weg. Stellen. Ik heb reeds stelling
genomen over de subsidies. Stellen weg. Gunstig, opgebruikt door de
podiumkunsten. Blijft er slechts een magere kunstminnende inleiding
over? Vraagteken. Kunstschaatsen is zo mooi schaatsen dat het
schaatsen kunst wordt. Kunstminnen is dus zo mooi minnen dat het
minnen kunst wordt. Het wereldkampioenschap kunstminnen voor paren.
Mijn moedertaal zit niet wiskundig logisch in elkaar, wel amusant.
Ik moet hier kunstminnen, het is niet van moeten, ik min vrijwillig
de Pelicaense kunst. Ik zal vertellen
welke kunstdaders hier openbaar opgehangen werden en waarom. Omdat
ze het verdienen. Na Japan en voor Laila zien we werk van Mark Van Eygen. Eerst het houten beeld “ontworteld”. Het staat hier omdat het beneden te benepen is, het werk kan er niet onder het te lage plafond. In de Brueghelzaal beneden staan er nog 4 beelden van Mark. Mark gebruikt een natuurlijk gevormd stuk hout en werkt het wat bij tot een beeld dat ons aanspreekt. Na het beeld zes schilderijen van Mark hier binnen en nog twee grotere in de gang. Ze overtuigen. Na Mark vervolgt de voorname reeks van Mathy. Na Lay,Layla,la Gust Blommé. In het West-Vlaams heet een bloem blomme. Blommé is blomme met accent. Dus hij toont ons bloemen. Bloemen zijn geheimzinnig en eigenzinnig mooi. Hun schoonheid is moeilijk te schilderen, denk ik. Gust durft het. Hij durft ook niet bloeiende, boeiende onderwerpen aan: schoonheid,model in de schaduw. Goed werk. In de Brueghelzaal hangt op nummer 1 tot 5 Erik Van den Bergh. Als graficus snijdt hij hout, als schilder is hij met pastel van tel. Vier sfeervolle pastels “landschap nabij Neheim”. Zijn vijfde werk “hongerige vogels” toont dat hij ook honger naar kunst kan stillen met olieverf. Na Erik Piet Vandeputte. Piet Vandeputte, put uit een put vol kwaliteit. Vijf portretten; Hij zet Didier en Lieve in de verf met waterverf met wonder water van de putte. Lena, Natasja en Agnes worden geportretteerd met acrylverf, met verve. Hij toont een landschap en drie verwanten van landschap, inclusief donderwolken waar je donder kunt op zeggen. Albert Schellemans. Zeer mans in het landschapschilderen. De mijlpaal van de Mijlstraat op die schildersweg. Ook het Begijnhof van Lier blijjft Europees erfgoed. Broer Herman, we weten het reeds lang: ijzersterk in ijzeren beelden. IJzeren liefhebber van roofvogels , uilen en van een sympathiek ezeltje. The iron man van de beeldhouwers. Over de beelden van Mark Van Eygen heb ik het reeds gehad. Mark is niet van Duffel, hij is van elders. In onze website vind je hem dikwijls bij onze leden elders. Zeer actieve kunstenaar, goed en goed actief. Erwin Van Bosstaeten. Je kan hem ook vaak vinden bij onze leden elders. Hij timmert ijverig aan zijn weg bij ons en elders. Hij schildert en beeldhouwt in het Engels. Hij zal ooit op zijn eigen highway zitten, nu reeds op een goede weg. Hij zorgde dit jaar voor de Duffelse trofee voor sportverdiensten, in 2008 werd zijn ontwerp gekozen voor de trofee publiekprijs voor het beste koor enz. Hij toont hier o.a. een schilderij van een gebouw op verschillende tijdstippen. Ik vertaal zijn subliem beeldhouwwerk in het Nederlands. Het eerste heet dan “eenzaamheid”. Poëtisch en zeer merkwaardig, gedeeltelijk opgebouwd met snippers, mooie snippers, uit een papierversnipperaar, denk ik . Ik bewonder de creativiteit, de goede vondst om de juiste sfeer te scheppen met die snippers. Het tweede beeld “wandelend door mijn dromen” kijkt naar een schilderij. Het geheel is een ontroerend liefdevol tafereel. Het pakt mij. Fons Thys is ook aanwezig. Fons: de veranderlijke. De man met twaalf ambachten, neen twaalf stijlen en geen ongelukken. Op de startpagina, de homepage, van de website over de Pelicaen, heb ik als achtergrond het schilderij “park” van Fons uit het einde van zijn fauvistische periode gebruikt, de kleuren zijn er sprekend, roepen niet meer hevig. Mooi werk. De laatste nieuwe Fons heben we in Duffel voor het eerst gezien eind december 2010 in onze tentoonstelling “die van’t kattenkot”. Weinig tot geen gekleurde Fons haalde toen zijn inspiratie in de verkeersreglementen. Nu snijdt hij in dezelfde stijl andere onderwerpen aan. Fons is, was, meester in al zijn stijlen. Zijn hedendaagse kleurensoberheid komt over als een nieuwe poëzie, een mooi beeldende taal met een andere grammatica.
Schepen Lili
Stevens zal nu de tentoonstelling open verklaren en haar en mijn
speech later aanbevelen bij de bevoegde ambtenaar als podiumkunst,
hoop ik, goed voor € 50 subsidie, want onze samenwerking zal niet
mee tellen, het gemeentebestuur is door de cultuurraad niet erkend
als sociaal-culturele vereniging. Het zou fijn zijn, als onze
vernissage, sociaal-cultureel, een beetje cultureel hier, sociale
receptie beneden, ook 50 € podiumkunst is.
© Hugo Van Vlaslaer |
| Schepen Lili Stevens verklaart de tentoonstelling
open tekst niet beschikbaar Wij danken schepen Lili Stevens voor het open verklaren van onze tentoonstelling, voor de gemeentelijke zegen en de meerwaarde die ze zo aan onze expositie geeft. De Pelicaen kan er een stuk hoger mee vliegen. Een hoogvlieger van onze kring is Wilie Cools. Hij schildert bijzonder, hij verschijnt hier ook en hij laat ook boeken verschijnen over zijn werk. Op de vernissage van zijn solo tentoonstelling, hier, op 15 oktober 2010, hebben we zijn laatste boek “het tij keert”, met afbeeldingen van schilderijen van hem en daarbij passende gedichten van Begga Mariën , voorgesteld. Mooi boek, je kunt het hier nog kopen, 20 €. Toen, 15 oktober, heeft de Pelicaen samen met Willie en Begga zo’n boek geschonken aan schepen Patrik Van Herck. Dat boek willen we ook als dank aan schepen Lili Stevens geven met de goedkeuring van Willie. |