Vernissage vrijdag 17/12/2010: toespraken

 

Inleiding van de tentoonstellingen: Hugo Van Vlaslaer

We organiseren weer twee gelijktijdige tentoonstellingen. Dat kan fatsoenlijk dank zij de betere muurbelichting van deze zaal, maar moeilijk twee weekends na elkaar te wijten aan de drukke bezetting van de zalen van de bib. Met dat moeilijk valt deze keer ons tweede weekend nogal slecht op Kerstmis en tweede kerstdag.  Kerstmis: we verwachten niet veel volk, maar wie komt kijken, kan kijken. Tweede kerstdag: wie komt zien, kan zien en horen.  We besluiten deze tentoonstelling met een finissage, een extra happening, een literair en muzikaal uur. Start hier om 15 uur. Sim Mampaey, Armand Stalmans, Gie Van den Vonder en ik, leden van ons literair gezelschap, en fotografe Sanne Weckx zullen voorlezen uit eigen werk. Simona Van der Smissen, sopraan, aan de piano begeleid door Lina Wuyts, leden van ons solistenensemble Peli-Musica, zullen zorgen voor een muzikaal intermezzo.  Dus jullie mogen gratis terugkomen voor meer met de tweede kerstdag, om drie uur na de noen. Doen!

In Duffel bloeit de fotografie niet alleen in de lente, maar in de vier seizoenen en in vier kringen.  De Duffelse fotokring  is de oudste kring, beroemd, wint vele fotowedstrijden.  Twee ex-leden van de fotokring, minder thuis in de wedstrijdsfeer aldaar, vonden dat een soort permanente examensfeer. Ze vroegen  hun fotografie aan de Pelicaen te mogen haken en er kwamen spontaan leden bij, er verdwenen ook 4 leden, zeldzaam verschijnsel bij de Pelicaen.  Een paar jaren terug startte in de Lage Polder een vereniging met opdrachten nu dat, nu dit, leer beter en beter fotograferen. En bij onze collega, de Hondiuskring, horen ook twee fotografen thuis. De jongste fotokring heet Kiliaan, naar de Duffelse geleerde man, die  als hij in de 16e eeuw over een fototoestel had kunnen beschikken, zeker de boeken gedrukt bij Plantijn-Moretus met foto’s had verlucht.  Vandaar. Alle goede dingen bestaan in drieën. De Duffelse fotografie is goed met vieren, vier kringen. Veel vijven en zessen. De Pelicaen stelt goede foto’s tentoon met zessen. Wij hebben een uitstekende groep van zes fotografen, deels met deeltijds kunstonderwijs geschoold, het ander deel met voltijds hoger kunstonderwijs.

Ik overloop wat hier hangt en ik loop over van bewondering voor onze kliek klikartiesten,  klik: een foto, hun klik: een wonderlijke foto.       

De nummering van de foto’s begint aan de muur rechtover. Daar hangt werk van Erik Van den Bergh. Sfeervolle foto’s . Nummer 2: Liefkozing met 3 paarden. Ze paarden niet op de foto, maar hadden elkaar lief. Nummer 3: sprookje: een opgesloten vliegend tapijt. Erik is ambtenaar. Hij besluit met een ijverige ambtenaar met veel boeken. Sfeer en een tikje humor. Voor de ingangsdeur  3 mooie foto’s van Erna Morel over kleindochter Enya. De foto’s zijn artistiek, de kleindochter is sportief. Voorbij de deur Eddy Van Bulck. Vrouwen gekleed en in natuurlijke staat in de natuur. Opmerkelijk:  telkens een combinatie van een foto van een landschap met een tekening of schilderij van de persoon. De vrouw was er niet oorspronkelijk, ze werd technisch achteraf als gastarbeider-figurante ingevoerd in de winter, aan de Nijl, in een weide. Merkwaardig.  Dan weer Erna Morel, met een digitale fotomontage over de pastoriemuur over haar deur op verschillende tijdstippen en drie camera obscura (doos met gaatje) opnamen, lange belichtingstijd, het stilstaand onderwerp versteent tot eeuwige sfeer.  Erna is niet, maar toont, achter de piano, een grote ezel. Foto opgenomen met een analoge camera maar fel vergroot en digitaal geprint op canvas. Kwaliteit 10  op 10 om te zien. Tegen de kasten Chris Van Dessel. Ik pik 2 foto’s uit zijn tien om te zien.  24 vogelperspectief en 25 stilte. De foto’s werden genomen in de tentoonstelling “stilte gestoord” in de psychiatrie, binnen en buiten. Chris pleegde fotokunst over kunst, was kunstschepper over kunst met er een schepje bovenop.  De foto 24 is genomen van binnen uit de houten sculptuur van  Aeneas Wilder terwijl er een reiger overvloog. Foto 25 toont een deel van de installatie van Frederic Geurts in de vijver van het domein en de reiger is weer het schepje er bovenop. Na Chris, Luc Geenen, bezit de goede genen om mooie foto’s te nemen. Sneeuw om niet in weg te glijden, maar om van te dromen voor een witte kerst. Een lief lammetje om van te houden. Zwammen die misschien niet eetbaar zijn, maar wel verteerbaar als kunst.  Volgt Sanne Weckx. Sanne zoekt vaak kunst in gewone dingen, een muur, een schuur, een maïsstoppelveld …  Haar onderwerpen zijn nu anders. Ze experimenteert met onscherpte door beweging, de foto’s heten Movement, beweging. Drie foto’s heten “birth of a woman, geboorte van een vrouw.” Ze suggereren vrouwelijke vormen, ze zijn mistig delicaat, discreet en zeer bijzonder. Dus haar foto’s zijn deze keer niet gewoon, ook niet kunstmatig, zeker geen matige kunst, maar blijven klik: echte kunst van Sanne. Sanne keerde terug na haar beginnen fotografie te ontdekken na haar opleiding tot meester in de schilderkunst. In de foto’s zit nog schilderen, ze zijn op fotopapier lijkend op aquarelpapier gedrukt.    

Beneden, in de Brueghelzaal, hebben we een gasttentoonstelling van een groep oud-leerlingen van de academie van Lier. Welke groep? Albert Schellemans bezorgde mij een goede beschrijving van de groep. Ik weet dus veel en lap er nog iets bij. Ik handel zoals een beenhouwer van ”mag het iets meer zijn?”

Meer dan veertig jaar geleden startte de Lierse academie met een landschapsklas: het leren tekenen en schilderen van het landschap naar de natuur. Het leslokaal bevond zich in het Lierse begijnhof en werd in de volksmond “Het Kattenkot” genoemd. Elk gebouw in het begijnhof is toegewijd aan een heilige. Op iedere deur hangt een plaatje met de naam van die sint. Niet op deur van het kattenkot, ook geen plaatje met de namen van de leerlingen-schilders, want zij waren gelukkig nog niet tot “de heiligen  met schildersezel” verklaard.  En de echte heiligen stuurden al die jaren hun kat naar het kattenkot. En die van ‘t kattenkot hebben zelfs die kat nooit gezien. Nooit een kat in het kattenkot.

Tot de jaren zestig van vorige eeuw deed het lokaal dienst als washok voor het weeshuis, dat gevestigd was in de Margaretastraat in het begijnhof. Een felle brand maakte een einde aan dit weeshuis omstreeks 1968. Gevolg: het kattenkot stopte met propere was, bracht zuivere kunst. Het weeshuisgebouw zelf werd veel later omgevormd tot luxeappartementen.

De leerlingen landschap schilderen van de academie bleven door de anderen “die van ’t kattenkot’ heten. Die pootloze tweevoetigen brachten in ‘t kattenkot heerlijke jaren door en met veel zwoegen en veel teleurstellingen, kwam er na enkele jaren toch al iets op doek waar zij tevreden over waren.  Gewapend met schildersezel, doek, verf en penselen vertrokken zij vanuit hun kattenkot naar een schilderachtig straatje in het begijnhof, naar het stadspark of stelden zij zich op langs de oevers van de Nete. Na enkele uren ingespannen arbeid trokken ze terug naar hun lokaal en werd het resultaat onderling besproken.

Velen voelden zich geroepen om de landschapsklas te volgen. Slechts een kleine kern hield het vol. Tussen de volharders ontstond een  blijvende vriendschapsband.  Tussen pot en pint besloten deze aldus verbonden mannen en vrouwen van het kattenkot om eens gezamenlijk te exposeren en dit in de Duffelse bib, de thuisbasis van de Pelicaense kattenkotters. Ik moet van Albert zeggen: “Alle deelnemers danken de Pelicaen voor het mogelijk maken van deze tentoonstelling met Pelicaense en niet-Pelicaense kattenkotters.” De Pelicaen antwoordt: “Graag gedaan.”

Want die kattenkotters
zijn geen krotters.
Het zijn fenomenen
die ‘t met de kunst goed menen.
Ze kunnen landschap, zelfs lucht- en waterschap schilderen
en portretten van hun kinderen,
van vrienden en verwanten.
Ze weten van wanten
van verf en penseel.
En ik roep het geheel
in de zaal beneden
uit tot de kunsthof van Eden
van de kattenkotters,
 want dat zijn geen krotters.

Ik zag, zie
beneden beeldpoëzie.
Ik zal zeggen van wie.
En ze tentoonstellen beneden bijgod
ieder in een apart kattenkot.

 Ik overloop, wegens veel algemeen kattenkot, hun werk beknopt.

In het eerste hok huist Fons Thys, weer te appreciëren anders dan anders. Andere stijl, anders geïnspireerd, nu door de autowegen. Voorbeeld: een schilderij met een gekleurde achtergrond en daarop "50". Zijn werken zijn niet overladen,wel overtuigend. Tweede hok: Nicole Bruynseels met Parijs en Monfleur, twee mooie portretten, het verkeer met een bus en  mensen op een zeer merkwaardig zebrapad. Mooi. Derde hok: Albert Schellemans, de goede landschapschilder, bezit zeker het wereldrecord van het Mijlstraatschilderen. Kan ook Lier en omgeving aan en verder en verder. Schildert hier ook mooi het einde: berechting, begrafenis. Vierde hok: Andrea Grootaers.  Van Andrea ten eerste: figuurtjes op voetstukken, ten voeten uit zeer persoonlijk werk, zeer persoonlijke stijl van Andrea. Houdt ze wel reeds enkele jaren vol, zo en niet anders. Nu toch nog anders: drie grote doeken met de geslaagde sfeer van het Arabisch baden in de Hamman. Vijfde hok:  Herman Goossens, de olieverfman met de smakelijke sfeer van Lierse vlaaikens. Een landschap en vijf maal een terras met volk, waar je bij wilt gaan zitten.
Zesde hok: Magda De Mulder met drie verdienstelijke portretten, portretschildercrack. Ze toont ook een groot station en een landschap. Mooi. Zevende hok: Herman Bayens, ligt in het Middelheimziekenhuis opnieuw in vorm te komen na een bypassoperatie. Zijn schilderijen zijn in vorm, landschappen van bloeiende bomen tot een woeste zee, een naakt om positief van te worden in het ziekenhuis.

Er geschiedt een eerste keer in de Brueghelzaal, pas voor herhaling vatbaar over tien jaar of zo.  We stellen onze reserve oude, geen recente, premieplaten te koop tegen 5 € per exemplaar, spotprijs voor een origineel grafisch werk. Een cadeau voor de feestdagen!  Ze liggen uitgestald op enkele tafels. Ik plaatste er een doos bij met opschrift KAS. Als je een premieplaat meeneemt, steek je vijf euro in de doos. Jullie zijn eerlijk, het kan zonder controle.
We hebben weer een  gemeentelijke grootheid gevraagd om onze tentoonstellingen open te verklaren, de top: burgemeester Guido De Vos.

©  Hugo Van Vlaslaer

Burgemeester Guido De Vos verklaart de tentoonstellingen open

 

Goede avond Mevrouwen en Heren.

Geachte genodigden, ook de Lierenaars,

In onze jachtige tijd van winst en zakelijkheid en van koude technieken, is deze tentoonstelling een oase van rust, waar de mens zijn evenwicht terug vindt, zijn gemoed laat spreken. Misschien is het voor een burgemeester wel eens goed en heilzaam dat hij wordt weggelokt om zich aan de kunst geestelijk te verrijken. Al laat ik aan het publiek over, de Duffelaar, de Lierenaar of wie ook om het kunstwerk naar waarde te schatten. Een ding is zeker, het leven is een kunst en tevreden zijn is nog een grotere kunst. De kunst van het leven bestaat al lang.

Ooit is een Lierenaar, Gumarus, zijn collega en hopelijk vriend Rumoldus tegengekomen in Duffel, in de Mechelbaan. Een kapelleke in het Moriaubos doet ons er nog aan herinneren.  Waar die juist verbleven, recht over de Varestraat, hebben die ook niet verteld, toen was er nog zwijgplicht. Ik denk dat die daar toen toch ergens gaan schuilen zijn.

In de jaren 1950 – 60 ben ik daar ook binnen geweest. Er waren geen sporen meer te zien van hun bezoek. Maar voorzitter, dat wilde ik u zeggen,dat was geen kattenkot, maar een schoon café. Het was er bij “DE CAT” en met een schoon poes achter de toog. Maar ook dat is kunst, als de natuur mag gezien worden. Dat was de tijd dat we er nog niet mochten aan denken en er aankomen zeker niet.
2010 is wel iets anders.

Ik hoop, voorzitter en tentoonstellers, op een grote belangstelling van het publiek voor uw werk.  U waart de vrouw of de man van de daad.

Ik, als burgemeester, nam het woord en verklaar de tentoonstellingen voor geopend. Veel succes.

© Guido De Vos

terug naar de startpagina (klik)      terug naar reeds voorbij dit jaar (klik)