Toespraken tijdens de vernissage 14/05/2010 |
terug naar de startpagina (klik) terug naar reeds voorbij dit jaar (klik)
Voorstelling van de premieplaat voor de ereleden |
|
Jullie weten het. Je kan erelid van de Pelicaen worden, 15 €, meer mag. In ruil krijg je van ons de premieplaat, een origineel grafisch werk van een lid van de Pelicaen.
Wie is Gonda Morel? Ze staat naast mij. De beeldende kunst leefde lang passief in haar. De kunst werd niet gewekt door de vorming, de studies van Gonda. Gonda behaalde het diploma van apotheker in Leuven in 1971. Veel werk als zelfstandig apotheker en de kunstenaar in haar bleef slapen. Geen te diepe slaap. Gonda bezocht tentoonstellingen, musea in binnen- en buitenland. Zien, inademen, absorberen. Ouder worden en meer tijd hebben. En de kunst ontwaakt in haar nog tijdig. De late roeping roept dat ze zelf actief kunst moet scheppen. Hoe? Ze kan met de computer werken. Ze ontdekt zijn grafische mogelijkheden, de geschikte tekenprogramma’s. Ze ontwerpt eerst wenskaarten, maar de drang in haar wenst dat ze verder gaat. Ze durft en slaagt erin om vrije grafiek te scheppen, los van een verjaardag, een doel. Behoorlijk werk. Ze werd in september 2009 aanvaard als lid van de Pelicaen, nam in oktober reeds deel aan onze tentoonstelling met grafisch werk en we kozen haar toen voor de premieplaat 2010 . © Hugo Van Vlaslaer
|
Inleiding van de tentoonstelling |
|
Na de presentatie van de premieplaat 2010 voor onze ereleden, leid ik in. Ik schrijf reeds 20 jaar alle inleidingen. Zo’n inleiding is geen klassiek opstel. Lang geleden begon een opstel in de basisschool Duffel-West, 6e leerjaar, links bovenaan met JMJ, dit wou zeggen ik draag mijn werk op aan JMJ, Jezus, Maria, Jozef. Het opstel had verplicht een inleiding, een midden en een einde en handelde vaak over het kerkhof, de herfst en ander chagrijn en als je, ondanks de titel, een leuk opstel had, kreeg je een zeer eervolle straf, moest je dat opstel overschrijven in een dik schrift met titelblad “de beste opstellen”.. Vaak heb ik die straf niet verdiend. Maar ik kopieer tegenwoordig steeds mijn inleidingen in de website van de Pelicaen. Ik moet daarvoor geen pen in de inktpot dopen, zoals voor JMJ. Ik zal mijn nieuwe inleiding nu voorlezen en vermits het hier niet waait, zullen het geen woorden in de wind zijn. Ook geen woorden die beklijven. Doodgewone woorden. Gewoon dood na gezegd zijnde. Mijn huidige inleiding bestaat, niet klassiek, uit twee delen: 1. Niets met iets, 2. Iets met niets. Niets met iets.
Ik bedoel niets over wat hier hangt en staat met iets over
de staat van de Pelicaen en
aanverwante handel en wandel. In november zal de
Pelicaen 48 jaar bestaan. Ik ben 30
jaar en 9 maanden ouder dan de Pelicaen,
maar ik ben niet gesticht door wijlen Jos
Resseler. Ik weet niet welke kunst er eerst was: grottekeningen, artistiek de taal gebruiken: vertellen, geluid scheppen tot muziek. Voor mij komt de beeldende kunst op de eerste plaats. Hoewel ik soms een gedicht, een cursiefje durf te schrijven en niet schilder, houd ik meer van beeldende kunst dan van literatuur. Vrij gek. Vrij gek. Vrij. Bij een tentoonstelling van de Pelicaen hoort vrijheid, geen thema. Kunstenaars pakken graag uit met iets dat blij en vrij ontstaan is. En toch dringen brave pelicaenen, met zin voor orde, soms aan op een thematentoonstelling. Wij zijn ooit voor die drang gezwicht met het breed thema: “reflectie”, mocht geïnterpreteerd worden als “nadenken” en als “terugkaatsing”. De overgrote meerderheid, de vrije pelicaenen, schildert dan geen passend nieuw werk, maar zoekt een passende titel bij een bestaand vrij schilderij. Voorbeeld: ik overdrijf nu, schilderij met een hengelaar in een roeibootje, titel “visser reflecteert in zijn vaartuig over het visbestand en de visquota”. In een thematentoonstelling zijn de titels van de werken een literaire vindingrijke prestatie. Maar leve de vrijheid. Wij werken ook niet met een selectiecomité dat bepaalt wat opgehangen mag worden, wat niet. Iedereen presenteert vrij zijn/haar keuze. Leve de vrijheid. We trachten steeds het diverse werk bij een te passen tot een harmonieus geheel.
Tweede deel ”iets met niets” . Ik zeg iets over de kunstenaar en
het tentoongestelde werk met niets over “Vogelbescherming
Vlaanderen”, ondanks het feit dat een pelikaan een vogel
is en ik lid ben van “Vogelbescherming Vlaanderen”. Ik
schreef over elke kunstenaar enkele lijnen. Ik wou kernachtig
zijn. Eigenlijk is elk tentoonstellend lid honderd en meer
lijnen waard. Wat hangt hier boven? De nummering begint
voorbij de deur. Eerst werk van Raf
Torremans, groot werk, nieuw lid van
de Pelicaen, eerste
tentoonstelling met ons. Verdienstelijk. Zijn grootste werk
hangt buiten in de gang. Na de premieplaat Erik Van den
Bergh. Hij werkt artistiek met pastelkrijtjes, kleurt niet
buiten de lijntjes, klassiek, sfeervol. Tegen de achtermuur een
soort post-pointillistische vogel en
insect van hem. Dan Willie
Cools. De naakten kleden is een
werk van barmhartigheid. Naakte vrouwen kleden met hevige
kleuren en een indrukwekkend lijnenspel terwijl ze bloot blijven
is een werk van zijn persoonlijke ware kunst. Maar nummer 12 is
een koning, geen vrouw. Beneden,in de
Brueghelzaal hangt en staat. Staat het grote werk
“uilenfamilie” van Herman Schellemans.
Herman is ijzersterk in ijzeren beelden. Volgen vijf
beeldjes van Leo van Huygevoort.
Deze fantast / last / voor de drommel / kunst uit rommel. Volgt
een reeks mooie, fijne keramiek en raku
van Maai Walbers. Bij
raku wordt het gebakken voorwerp
geglazuurd en nog eens gebakken, waarbij de glazuur
craqueleert. Maai presenteert ook
vier lieve schilderijtjes. Christiane
Peeters. Een teken aan de wand is meestal negatief, maar
tekeningen van Christiane aan de
wand zijn heel positief. Ze toont ook twee mooie olieverf
schilderijen. Van Mathy
Pichal hangen er eveneens tekeningen.
Als je dichtbij haar werk staat, zie je dat ze fijn kan tekenen.
Verder weg overheerst de gekleurde achtergrond. Je moet
Mathy naderen om haar 4 seizoenen te
bewonderen. Nicole Bruynseels geeft les in de kunstfabriek, ze
presenteert geen fabriekswerk maar kunst: bushaltes in acryl en
vurige niet verwaterde tango’s in waterverf. Fons
Thys is de levende evolutietheorie.
Zoekt altijd stijlvol een andere stijl, nu aan de waterkant.
Stijlvol werk. Erwin Van Bosstraeten
bezit dus straten in het bos en bewandelt ook goede eigen wegen
in de kunst, met acrylverf en in het Engels. Magda De Mulder
sterk in portretten, da mag, dat moet gezegd worden, 3
portretten en extra een mooi landschap. Herman Goossens is niet
van hier, is thuis in Lier en mooi thuis in olieverf in winter
en zomer, aan het water en op terrassen. Eddy Van
Bulck. Vorig jaar zei ik duivel doet
al, engel doet al. Zijn huidige doening: vier merkwaardige
portretten van bekende schilders. Onze tweede
“één tentoonstelling in twee zalen” valt weer mee, heeft niveau.
Ik dank onze leden daarvoor, ik wens alle deelnemers veel succes.
De Pelicaen vliegt voldoende hoog.
Ik dank ons publiek, jullie zijn weer talrijk. Dat is een grote
steun voor ons, jullie zijn de lucht voor de vlucht van de
Pelicaen.
|
Schepen Lili Stevens verklaart de tentoonstelling open |