Toespraken tijdens de vernissage 14/05/2010

terug naar de startpagina (klik)         terug naar reeds voorbij dit jaar (klik)

Voorstelling van de premieplaat voor de ereleden

Jullie weten het. Je kan erelid van de Pelicaen worden, 15 €, meer mag. In ruil krijg je van ons de premieplaat, een origineel grafisch werk van een lid van de Pelicaen.

Ik stel de premieplaat 2010 voor. Tot nu was die plaat was een ets, een zeefdruk, een steendruk of familie daarvan. Vorig jaar een fotopolymeerets, een ets volgens een recent modern procedé. Dit jaar doen we het nog minder klassiek. We schenken onze ereleden een digitale kleurenfotoprint van een met de computer ontworpen grafisch werk.  Het afdrukken gebeurde door de gespecialiseerde firma Milo Profi, vroeg geen dagen extra werk voor de kunstenaar, maar was duurder voor de kring.
De plaat, A4 formaat, hangt daar, ingelijst.  Het is een computergrafiek van Erna Morel.
Titel: “Inuït’s droom”. De droom van een Eskimo.  Eskimo is tegenwoordig een te verwerpen naam, het zou rauwvleeseter betekenen, mag je tegen die mensen niet meer zeggen.  Ik heb thuis het groot woordenboek der Nederlandse taal, de voorlaatste uitgave, de 13e, uit 1999. In 2005 verscheen de 14e. De 13e kent het woord Inuït niet. Toen was een Eskimo nog een Eskimo. “Inuïts droom”. Hij droomt van een ongeschonden ijspool.  Hij ziet het ijs echter afsmelten in een versneld tempo. Daarmee verdwijnt niet alleen zijn habitat maar ook dat van zijn huisdier, het rendier.  Aldus de premieplaat van Gonda Morel.

Wie is Gonda Morel? Ze staat naast mij.  De beeldende kunst leefde lang passief in haar. De kunst werd niet gewekt door de vorming, de studies van Gonda. Gonda behaalde het diploma van apotheker in Leuven in 1971.  Veel werk als zelfstandig apotheker en de kunstenaar in haar bleef slapen. Geen te diepe slaap. Gonda bezocht tentoonstellingen, musea in binnen- en buitenland. Zien, inademen, absorberen. Ouder worden en meer tijd hebben. En de kunst ontwaakt in haar nog tijdig. De late roeping roept dat ze zelf actief kunst moet scheppen. Hoe?  Ze kan met de computer werken. Ze ontdekt zijn grafische mogelijkheden, de geschikte tekenprogramma’s.   Ze ontwerpt eerst wenskaarten, maar de drang in haar wenst dat ze verder gaat. Ze durft en slaagt erin om vrije grafiek te scheppen, los van een verjaardag, een doel. Behoorlijk werk. Ze werd in september 2009 aanvaard als  lid van de Pelicaen, nam in oktober reeds deel aan onze tentoonstelling met grafisch werk en we kozen haar toen voor de premieplaat 2010 .

 
Indien je nog geen erelid bent, kun je het worden. En indien je erelid  bent, kan je je premieplaat meenemen. Je vraagt ze mij beneden, in de Brueghelzaal, tijdens of na de receptie, voor je naar huis gaat.

 ©  Hugo Van Vlaslaer

 

 

Inleiding van de tentoonstelling

            Na de presentatie van de premieplaat 2010 voor onze ereleden, leid  ik in.  Ik schrijf reeds 20 jaar alle inleidingen. Zo’n inleiding is geen klassiek opstel. Lang geleden begon een opstel in de basisschool Duffel-West, 6e leerjaar, links bovenaan met JMJ, dit wou zeggen ik draag mijn werk op aan JMJ, Jezus, Maria, Jozef. Het opstel had verplicht een inleiding, een midden en een einde en handelde vaak over het kerkhof, de herfst en ander chagrijn en als je, ondanks de titel, een leuk opstel had, kreeg je een zeer eervolle straf, moest je dat opstel overschrijven in een dik schrift met titelblad “de beste opstellen”.. Vaak heb ik die straf niet  verdiend. Maar ik kopieer tegenwoordig steeds mijn inleidingen in de website van de Pelicaen. Ik moet daarvoor geen pen in de inktpot dopen, zoals voor JMJ. Ik zal mijn nieuwe inleiding nu voorlezen en vermits het hier niet waait, zullen het geen woorden in de wind zijn. Ook geen woorden die beklijven. Doodgewone woorden. Gewoon dood na gezegd zijnde. Mijn huidige inleiding bestaat, niet klassiek, uit twee delen: 1. Niets met iets, 2. Iets met niets.

Niets met iets. Ik bedoel niets over wat hier hangt en staat met iets  over de staat van de Pelicaen en aanverwante handel en wandel. In november zal de Pelicaen 48 jaar bestaan. Ik ben 30 jaar en 9 maanden ouder dan de Pelicaen, maar ik ben niet gesticht door wijlen Jos Resseler.   
Ik ben nu  20 jaar algemeen voorzitter, lang genoeg? Vraagteken. Ik ben met een vraagteken, de Pelicaen is met een uitroepteken. Wel is een pelikaan geen inheems beest, net zoals de Vlaamse leeuw. Allochtone symbolen. De leeuw is dapper en volgens de dikke Van Dale is de pelikaan het zinnebeeld van de zelfopofferende liefde en van Christus.  Hebben wij, onze naam, ons symbool waardig, zelfopofferende liefde voor de kunst? Voorwaar, voorwaar, er staat geschreven in onze website, rubriek ’geschiedenis, taak en middelen’: ‘We hebben liefde, geloof en hoop voor en in de kunst. De liefde van de liefhebber en het geloof en de hoop om verder te raken dan de liefhebber.’
Dat is genoeg liefde en liefdevol streven.

Ik weet niet welke kunst er eerst was: grottekeningen, artistiek de taal gebruiken: vertellen, geluid scheppen tot muziek. Voor mij komt de beeldende kunst op de eerste plaats. Hoewel ik soms een gedicht, een cursiefje  durf te schrijven en niet schilder, houd ik meer van beeldende kunst dan van literatuur. Vrij gek.

            Vrij gek. Vrij. Bij een tentoonstelling van de Pelicaen hoort vrijheid, geen thema. Kunstenaars pakken graag uit met iets dat blij en vrij ontstaan is. En toch dringen brave pelicaenen, met zin voor orde, soms aan op een thematentoonstelling. Wij zijn ooit voor die drang gezwicht met het breed thema: “reflectie”, mocht geïnterpreteerd worden als “nadenken” en als “terugkaatsing”. De overgrote meerderheid, de vrije pelicaenen, schildert dan geen passend nieuw werk, maar zoekt een passende titel bij een  bestaand vrij schilderij. Voorbeeld: ik overdrijf nu, schilderij met een hengelaar in een roeibootje, titel “visser reflecteert in zijn vaartuig over het visbestand en de visquota”. In een thematentoonstelling zijn de titels van de werken een literaire vindingrijke prestatie. Maar leve de vrijheid. Wij werken ook niet met een selectiecomité dat bepaalt wat opgehangen mag worden, wat niet. Iedereen presenteert vrij zijn/haar keuze. Leve de vrijheid. We trachten steeds het diverse werk bij een te passen tot een harmonieus geheel.

            Tweede deel ”iets met niets” . Ik zeg iets over de kunstenaar en het tentoongestelde werk met niets over “Vogelbescherming Vlaanderen”, ondanks het feit dat een  pelikaan een vogel is en ik lid ben van “Vogelbescherming Vlaanderen”.  Ik schreef over elke kunstenaar enkele lijnen. Ik wou kernachtig zijn. Eigenlijk is elk tentoonstellend lid honderd en meer lijnen waard. Wat hangt hier boven?  De nummering begint voorbij de deur. Eerst werk van Raf Torremans, groot werk, nieuw lid van de Pelicaen,  eerste tentoonstelling met ons. Verdienstelijk. Zijn grootste werk hangt buiten in de gang.  Na de premieplaat Erik Van den Bergh. Hij werkt artistiek met pastelkrijtjes, kleurt niet buiten de lijntjes, klassiek, sfeervol. Tegen de achtermuur een soort post-pointillistische vogel en insect van hem.  Dan  Willie Cools.  De naakten kleden is een werk van barmhartigheid. Naakte vrouwen kleden met hevige kleuren en een indrukwekkend lijnenspel terwijl ze bloot blijven is een werk van zijn persoonlijke ware kunst. Maar nummer 12 is een koning, geen vrouw.
Ik zei: alles passen tot een harmonieus geheel.  Bij Cools past het best Sanne Weckx, vond Albert Schellemans.  Haar werk hangt zelfs uitgelijnd op de Coolshoogte. Dicht bij de muur staande is het voor mij hooghangend werk.  Achteruit stappen en ik zie hoogstaand werk. Sannekunst. Gevoelens over Antwerpen, een snelle stad en een zwart-wit  Chinees toneel met een straffe madame die zich niet kenbaar maakt. In de gang een grote“compositie” van Sanne Het werk oogt binnen beter, net zoals het groot schilderij van Raf,  zit het wat te eng in de gang. Volgend jaar twee keer één tentoonstelling in twee zalen voor telkens de helft van de deelnemers?  Vraagteken. Voorbij Sanne Albert Schellemans. Hij geeft niet abstract de sfeer van een landschap of een stadszicht. Schildert figuratief met sfeer. Gust Blommé.  Ik zei vorig jaar over Gust Blommé, G.B., soms G gedurfd, soms B braaf. Vorig jaar was het gedurfd werk, ik hou daar meer van, nu toont hij braaf: stilleven en bloemen. Misschien zou Guido Gezelle dichten “ De stillevens en de blommen van Blommé vallen mee.” Aquarellen van Frans Gielis, nog één in de gang. Frans Gielis heet officieel Jan. Schildert niet als Jan en alleman, maar aquarelleert uniek als Frans. Lilia Vorotilo uit Moldavië, uit zich voortreffelijk in de kunst. De premieplaat van vorig jaar was van haar en haar drie lijsten van nu met vijf  kleine aquarellen over irissen zijn tof.

Beneden,in de Brueghelzaal hangt en staat. Staat het grote werk “uilenfamilie” van Herman Schellemans. Herman is ijzersterk in ijzeren beelden.  Volgen vijf beeldjes van Leo van Huygevoort. Deze fantast / last / voor de drommel / kunst uit rommel. Volgt een reeks mooie, fijne keramiek en raku van Maai Walbers. Bij raku wordt het gebakken voorwerp geglazuurd en nog eens gebakken, waarbij de glazuur craqueleert. Maai presenteert ook vier lieve schilderijtjes. Christiane Peeters. Een teken aan de wand is meestal negatief, maar tekeningen van Christiane aan de wand zijn heel positief. Ze toont ook twee mooie olieverf schilderijen. Van Mathy Pichal hangen er eveneens tekeningen. Als je dichtbij haar werk staat, zie je dat ze fijn kan tekenen. Verder weg overheerst de gekleurde achtergrond.  Je moet Mathy naderen om haar 4 seizoenen te bewonderen. Nicole Bruynseels geeft les in de kunstfabriek, ze presenteert geen fabriekswerk maar kunst: bushaltes in acryl en vurige niet verwaterde tango’s in waterverf. Fons Thys is de levende evolutietheorie. Zoekt altijd stijlvol een andere stijl, nu aan de waterkant. Stijlvol werk. Erwin Van Bosstraeten bezit dus straten in het bos en bewandelt ook goede eigen wegen in de kunst, met acrylverf en in het Engels. Magda De Mulder sterk in portretten, da mag, dat moet gezegd worden, 3 portretten en extra een mooi landschap. Herman Goossens is niet van hier, is thuis in Lier en mooi thuis in olieverf in winter en zomer, aan het water en op terrassen. Eddy Van Bulck. Vorig jaar zei ik duivel doet al, engel doet al. Zijn huidige doening: vier merkwaardige portretten van bekende schilders.

Onze tweede “één tentoonstelling in twee zalen” valt weer mee, heeft niveau. Ik dank onze leden daarvoor, ik wens alle deelnemers veel succes. De Pelicaen vliegt voldoende hoog. Ik dank ons publiek, jullie zijn weer talrijk. Dat is een grote steun voor ons, jullie zijn de lucht voor de vlucht van de Pelicaen.
We hebben een heterogene groep leden: de meerderheid heeft deeltijds kunstonderwijs gevolgd, enkelen zijn autodidact, sommigen bezitten een diploma, diploma’s, van het hoger kunstonderwijs. Willie Cools is, volgens de internetencyclopedie Wikipedia, een beroemde Duffelaar, de meerderheid van onze leden woont niet in Duffel. We hebben heel actieve leden, die veel tentoonstellen, dus ook buiten de Pelicaen.  Zie “onze leden elders” in de website. Anderen gaan nooit vreemd/ tentoonstellen. Interessante niet-eentonige groep leden.  Onze tentoonstellingen tonen ook niet-eentonig, zijn interessant. Meerdere per jaar. Er volgen in 2010 nog 4 expo’s.  Dat kan omdat het gemeentebestuur ons helpt, de zalen gratis ter beschikking stelt. Ons stimuleert. Als lief schouderklopje, schouderklop, zal schepen Lili Stevens onze tentoonstelling open verklaren.

©  Hugo Van Vlaslaer

 

Schepen Lili Stevens verklaart de tentoonstelling open