Verslag van de vernissage van 9 maart 2007 |
| Aan de tentoonstelling namen deel:
met schilderijen: Gust Blommé, Nicole Bruynseels, Willie Cools, Magda De Mulder, Uschi Gils, Andrea Grootaers, Fons Thys, Albert Schellemans, Eddy Van Bulck, Erik Van den Bergh, Lilia Vorotilo. met beeldhouwwerk: Herman Schellemans en Christel Van de Perre. met juwelen: Lilia Vorotilo. |
| Inleiding van de tentoonstelling door Hugo Van
Vlaslaer Jullie hebben het op de uitnodigingskaart gelezen: de Pelicaen viert dit jaar zijn 45e verjaardag. Op 30 november 1962 vertoonde Jos Resseler, die veel deed voor de cultuur in Duffel... Zijn foto prijkt op het kaft van het tijdschrift van de heemkring ‘Jos Resseler’. Op 30 november 1962 vertoonde die Jos Resseler bijzonder stichtend gedrag. Hij riep de Duffelse kunstenaars bijeen en hij stichtte samen met hen de ‘Duffelse kamer voor schone kunsten en kunstambachten’. De Duffelse kunstenaars van toen waren zelf niet stichtend, wel slim en realistisch. In 1963 kamerden ze niet meer uitsluitend Duffels, stelden ze de deur van de ‘Duffelse kamer voor...’ open voor niet-Duffelaars. Ze noemden de verruimde kring ‘Canvas’.Toen de gemeente het huis ‘De Pelicaen’ in de Kiliaanstraat onteigend had, het stond in de weg voor de geplande loop van de Hondiuslaan, mocht in afwachting van de afbraak ‘Canvas’ daar tentoonstellen en vergaderen. ‘Canvas’ vond die Pelicaen zo tof, dat ‘Canvas’ voortaan ‘Pelicaen’ wou heten. Er bestaat in Duffel nog een vereniging de Pelicaen: de ‘Duffelse video-, smalfilm- en bandrecordervereniging de Pelicaen’. Dat is geen deelvereniging van ons, maar ze huisde ook ooit in het huis ‘De Pelicaen’, vandaar. We nemen dus de geboortedatum van de ‘Duffelse kamer voor...’ aan als die van de Pelicaen. Tot 1989 beoefende die Pelicaen beeldig de beeldende kunst en niets anders. Gie Van den Vonder is ook een mens met stichtend gedrag, hij verzamelde in 1989 rond zich enkele mensen die konden schrijven of dat geloofden, zoals ik. Neen, ik geloof dat niet. Ik stuurde ooit een werk op aan een uitgever en die besloot het niet uit te geven met de kritiek: “Ik kan kort zijn: u kunt schrijven, maar u gelooft het zelf niet.” In elk geval wij, toen met vijf, denk ik, geloofden in de Pelicaen en sloten ons daarbij aan. In 1990 ben ik voorzitter van de Pelicaen geworden. De enige blitzcarrière uit mijn leven, na drie maanden lid, voorzitter worden. Eerste moeilijke opdracht: van ‘het literair gezelschap’ een deelvereniging maken, financieel onafhankelijk van de beeldende kunsten. Een beperkte, maar koppige ‘men’ vond: een vereniging met twee penningmeesters, twee kassen, nooit gezien, kan niet marcheren. We hebben nu drie kassen, onze muziek, peli-musica, is ook financieel onafhankelijk. Er zijn transfers mogelijk, er is een solidariteitsplicht. Iedereen is nu overtuigd dat het met één kas moeilijk zou gaan met te veel palavers over uitgaven waar men uiteindelijk geen zaken mee heeft. Er is dus een LAT relatie tussen onze beeldende kunst, literatuur en muziek.. Maar met ons 45-jarig bestaan plannen we iets meer together, een gezamenlijk optreden. . In 1989 heb ik voor het eerst een tentoonstelling van de Pelicaen ingeleid. Ik ben dat blijven doen. Waarom? Ik beken: hoewel ik lid ben van het literair gezelschap, houd ik meer van de beeldende kunst dan van literatuur en muziek. Verder verkoop ik goedkope praat, nog erger mijn praat is gratis. Ik leid graag in. Ik beschouw dat als een nuttig stukje schrijven, dat ik mondeling uitgeef en dan zegt mij niemand dat ik er zelf niet in geloof. Trouwens alles wat hier hangt of staat is ontstaan met plezier. Ook op hoger niveau is kunst wat een kunstenaar graag doet. Ik heb ‘Lof der lankmoedigheid’, een boek van Rik Torfs, tv-vedette en professor kerkelijk recht gelezen. Hij heeft het daarin over alles en nog wat, dus ook over kunst. Overijverige omkadering is de beste remedie tegen kunst, schrijft hij. En: aarzelende kunst heeft nood aan mensen die haar vertellen wie ze is. Die van de Pelicaen aarzelen niet, ik moet niet veel vertellen over hun werk, het spreekt zelf. Torfs schrijft: er was een tijd dat kunstpausen zegden: iedereen is een kunstenaar. Twee blz. verder beweert hij: maar vandaag is iemand kunstenaar, die zo wordt genoemd door een kunstpaus. Over vele gebreken dient de kunstpaus te beschikken... Een kunstpaus argumenteert niet. Hij mompelt. Of hij ratelt. Of hij oordeelt met een hoofdknik over leven en dood, zoals een Romeinse keizer dat deed, vanuit zijn tribune neerkijkend over de arena. Een bladzijde verder: Naast de kunstpaus zijn er nog anderen die ronddansen uitvoeren in de onmiddellijke omgeving van kunst. Sommigen zijn hogepriesters, anderen beoefen het vak van moraalridder. Deze bezielers doen er alles aan om kunst te ‘situeren’, in een breder verband te plaatsen, van commentaar te voorzien. Zij maken tentoonstellingen... De Pelicaen maakt tentoonstellingen, maar niet in die zin. Wij bieden jullie gewoon een feest aan. Wij willen jullie gelukkig maken, we tonen dingen die met plezier gemaakt zijn. Wij willen jullie dankbaar zijn, omdat jullie ons steunen door erelid te worden. Er wachten 36 flessen wijn en hapjes voor dit vernissagefeest. Wij vieren zo uitbundig als onze financiële toestand het toelaat. Wij vieren zo mooi als onze deelnemers het kunnen tonen. Dat mooie wil ik nog aantonen. Ik overloop onze tentoonstelling. De nummering begint bij de beeldhouwwerken achterin de zaal. Van 1 tot 6' mooi romantisch werk, van droomvrouw tot vrouw met rozenhoed van Christel Van de Perre, een splinternieuw lid, valt mee. Dan smeedijzeren beelden van dieren van onze Duffelse kunstsmid Herman Schellemans, dierbare dieren, waardevol werk. Nummer 11, in een kast van de bibliotheek, juwelen van Ilia Vorotilo, Belgische uit Moldavië, met Moldavische en Belgische diploma’s hoger kunstonderwijs, zeer wijs in de beeldende kunst, zoekt uitbreiding naar juwelen toe. Tegen de panelen Gust Blommé, sfeervol maar niet te koop. Erik Van den Bergh, pastels met zicht nabij Arnsberg, waard om te zien. Dan juist voor de deur: de premieplaat voor onze ereleden van Marie-Louise Sleeckx, 4-kleuren steendruk d.w.z. 4 litho’s boven elkaar gedrukt, heel veel werk en te mooi om waar te zijn voor een bijdrage van 15 euro. Marie-Louise eert onze ereleden. Voorbij de deur tegen de panelen: werk van Albert Schellemans. Onze sublieme landschapschilder met één landschap en drie verhalen, die treffend verhalen. Eddy van Bulck mooi met een zwarte moor, die omdat ‘moor’ dialect is, stilleven heet. Magda De Mulder vertoeft kunstzinnig in de jungle. Tegen de zijmuur: Andrea Grootaers met niet alleen redelijk groot, maar zeer speciaal werk. De lange muur. Fons Thys. Als schilder hangt hij de evolutietheorie aan. Hij evolueert voortdurend, niet zo lang geleden de fauvist van de Pelicaen, nu is het eerste werk een zeer poëtische mist bij Moltalcino, toont hij een mooie eenvoudige wit-groene en de rest is weer anders navenant bijzonder. Eddy Van Bulck van de stillevende zwarte moor, presenteert ook optimaal zijn zuster en zijn tante. Voorbij de binnendeur: Uschi Gils, splinternieuw lid, mooi abstract, klein maar fijn. Onze hooggeschoolde uit Modavië, met een hommage aan Karel Appel, de kleuren van Appel en de mengkleuren, niet in lijnen, in vlakken. De vier werken maken deel uit van een reeks hommage aan Appel, zijn een appel om in te bijten in acrylverf. Willie Cools, beroemde Duffelaar, slechts met één werk “trouw”, om trouw te zijn aan de Pelicaen. Nicole Bruynseels, lerares van de kunstfabriek, fabriceert echte kunst en Magda De Mulder zit tegen de zijmuur voor de tweede keer in de jungle en speelt viool, sfeervol, overtuigend. Onze leden zijn geen schilderijen komen ophangen, beeldhouwwerk plaatsen, juwelen leggen, om applaus te krijgen voor hun persoontje, hopen wel op waardering voor hun werk, voor hun kunst. Kunst-kunstenaar is een verbond, de relatie is ingewikkeld. De kunstenaar is niet zijn kunst, maar zelfs de wet kent de kunstenaar eigendomsrechten toe op zijn kunst, auteursrechten. Er steekt in kunst iets van de kunstenaar en in de kunstenaar kunst. Lierenaar woont in Lier, kunstenaar woont niet in kunst, de kunst woont in hem. De kunst is dus de kunstenaar, de inwoner. Zo gezien hebben we hier kunstenaars opgehangen en ten gronde gericht, rechtstreeks of via een sokkel. En de voorzitter van onze groep plastische kunsten, Albert Schellemans, heeft toegezien dat het goed was en ik vind het eveneens goed en ik verwacht van jullie hetzelfde. Ik dank jullie bij voorbaat. © Hugo Van Vlaslaer
|
| Verder las Sim Mampaey 5 eigen gedichten voor.
De gedichten staan, samen met een paar andere, in de website
www.literairhugo.tk
Er rechtstreeks
naartoe (klik) Schepen Lili Stevens opende de tentoonstelling. |
| terug naar de startpagina (klik) terug naar 'reeds voorbij dit jaar' (klik) |